Jean Pierre Gheerardyn                                                                                                                                                                                                          

Vioolbouwer - luthier

 

 

HomeGeschiedenisInstrumentenVerhuurContact In het atelierLinksEnglish

De viool is niet uitgevonden maar heeft zich ontwikkeld uit andere, oude muziekinstrumenten. Daarom is het onmogelijk om het instrument toe te schrijven aan één bepaald muzikant of bouwer. De ontwikkelingsgeschiedenis van het instrument is niet eenduidig omdat er géén geschreven bronnen zijn. Het was dan ook oorspronkelijk een volksmuziekinstrument. De instrumenten die de grootste bijdrage hebben geleverd tot het ontstaan van de viool zijn de rebec, de renaissancevedel en de lira da braccio (armlier).

Deze ontwikkeling is snel en intensief gebeurd omdat dit instrument technisch en muzikaal de mogelijkheden van deze drie instrumenten in zich verenigde :  goede sterke toon, kwintstemming, bespeelbaarheid en de mogelijkheid om op één snaar te spelen.

 

De rebec :

 

 

 

- volksinstrument uit de Renaissance (15de en 16de eeuw);

- peervormig instrument;

- 3 snaren in kwintstemming (g - d' - a'). De viool is een instrument in kwintstemming (g - d' - a' - e'')

- scherpe doordringende klank;

- gebruik : opluisteren van feesten en danspartijen in de open lucht;

- om op één snaar afzonderlijk te kunnen spelen werd de brug iets rond gemaakt;

- rozetten (denk aan de luit) en C of f-gaten;

- vlak bovenblad en bol achterblad;

- géén zijranden;

- flankschroeven.

 

Deze combinatie werd bij de latere ontwikkeling van de strijkinstrumenten niet meer waargenomen. De laatste vertegenwoordiger van dit instrument is de "pochette en bateau" of het dansmeesterviooltje (sordino).

De verwantschap van de rebec met de viool is dus niet de vorm maar wel de kwintstemming en de flankschroeven (versus sagittaalschroeven).

 

 

De vedel :

(komt van vitulari = jubelen; op schilderijen van engelen)

 

 

 

grondvorm reeds aanwezig in de 12de en 13de eeuw;

- vlakke en soms iets gewelfde rug;

- vlak bovenblad;

- zijranden.

 

Dit is min of meer al een enigszins vioolachtig instrument.

In de 14de en 15de eeuw brengt men nog enkele verbeteringen aan :

- grotere insnoering van de middenboegen ter bevordering van het spel (dit was mogelijk door het aanbrengen van hoekblokjes);

- krul met zijstandige schroeven (flankschroeven). Vroeger waren het sagittaalschroeven (=pijlschroeven);

- slankere hals, iets rondere brug en toets voor de bespeelbaarheid.

 

 

De lira da braccio :

(de armlier, ontwikkelde zich uit de vedel)

 

 

 

- instrument uit de 15de - 16de eeuw;

- had nog kenmerken van de vedel maar vertoonde eigenschappen van instrumenten die later tot ontwikkeling kwamen zoals de viool;

- twee gewelfde bladen, overstekende zijranden en een ziel (stapel);

- twee bourdonsnaren en vijf speelsnaren (stemming bourdon d-d', speelsnaren g-g'-d'-a'-e' (viool : g-d'-a'-e''). Dit zijn dus vier snaren gelijkluidend aan die van

  onze huidige viool !

- hartvormige schroevenplaat met sagittaalschroeven;

- twee groottes :  70 à 75 cm (totaal), speelhouding tegen de bovenarm tot de schouder en 90 cm, speelhouding onder de rechterarm, ongemakkelijke houding !

 

 

Conclusie :

 

Wij spreken van een viool wanneer wij een instrument vinden op een tekening of schilderij (iconografie) als de voornaamste kenmerken van onze huidige viool aanwezig zijn, het aantal snaren buiten beschouwing gelaten.

De eerste violen hadden immers maar drie snaren.

In de 18de eeuw bestond er nog de quinton, dit is een kleine viool met vijf snaren (stemming g-d'-a'-d''-g'' of g-c'-e'-a'-d'')

 

De oudste afbeelding van een viool is te vinden op een schilderij van Guadenzio Ferrari (°ca 1480 - + 1546) : La Madonna degli arranci (de Madonna met de sinaasappelboom), in de kerk van San Cristofori te Vercelli (ten zuiden van Milaan).

De viool is drie-snarig. Dit schilderij is gemaakt omstreeks 1529/1530.

Afbeeldingen van rond 1550 vertonen reeds vier-snarige instrumenten.

Men neemt dus aan dat de ons bekende viool omstreeks 1550 aan het licht treedt.

 

Copyright J.P. Gheerardyn